Traditiegetrouw maken veel mensen aan het eind van een kalenderjaar de balans op (ik deelde mijn terugblik ook op oudjaarsdag), om zich vol goede moed aan een rij goede voornemens te gaan houden in het nieuwe jaar.
Een jaar dat als een onbeschreven blad voor je ligt.
Een frisse start.
Vaak is al voor het einde van de eerste maand een aantal doelen vastgelopen, doorgestreept of niet eens uit de startblokken gekomen.
Bij een (chronische) ziekte of handicap, is (in mijn beleving) elke dag een nieuw, onbeschreven blad. Elk moment een kans op een nieuwe start. Of niet.
Elke nieuwe dag kan beginnen met plannen, ideeën of wensen. Maar vervolgens moet je voelen en vaststellen of je daar iets mee kunt. En zo ja, op welke manier dan.
Als je het zou bekijken vanuit de opgeschreven voornemens voor het nieuwe jaar, dan zou zo’n dag er voor mij bijvoorbeeld zo uitzien:

Ik heb bijvoorbeeld al een paar jaar de wens om mijn meubels in mijn slaapkamer (sinds drie jaar slaap ik permanent op de logeerkamer) anders neer te zetten. Het is er nog niet van gekomen.
Of het uitzoeken van papieren, foto’s, spullen voor de kringloop, ga zo maar door. Het verloopt in korte sessies met heeeeeel lange pauzes ertussen. Het is niet anders.
En ja, ik kan hulp vragen om het sneller voor elkaar te krijgen, maar sommige dingen wil je als het enigszins kan toch graag zelf doen. dan duurt het maar wat langer. Het voordeel is dat het meeste toch niet wegloopt, of al niet meer nodig blijkt. Allebei prima.
Dus begin ik nog steeds elke dag met een aantal vaste taken, en voornemens, in mijn digitale agenda. Wat er aan het eind van de dag daadwerkelijk gebeurd is, is elke keer anders. En dat is oké.
Soms is het beste goede voornemen diegene waarbij ik niets doe, omdat ik goed voor mezelf wil zorgen.
Morgen weer een dag.
Liefs,
Chantal.



Geef een reactie