“Komt u ook voor de bezichtiging?” vraagt de vriendelijke dame van de woningbouwvereniging als we aankomen bij het appartementencomplex. “Ehh, ja, maar niet voor degene die jullie organiseren…?”

Het is ein-de-lijk gelukt om bij mijn ouders op visite te gaan. Ze wonen inmiddels al ruim een half jaar in hun nieuwe huis en ik kon er niet naartoe. Ik kon hen niet helpen toen ze hun spullen moesten inpakken, toen ze aan de klus gingen of toen ze de boel weer konden inrichten. Dat voelt behoorlijk stom, kan ik je zeggen. Want dan komen er stemmetjes om de hoek kijken van:
“zo hoort het niet te gaan, ik hoor hen te helpen, in plaats van dat zij nog steeds voor mij van alles doen” of
“ga nou gewoon, het valt vast wel mee met de naweeën van zo’n bezoekje, je stelt je aan” of
“(…scheldwoord naar keuze…) ik negeer die hele (…nog een willekeurig scheldwoord…) postcovid en ga gewoon, zie later wel wat de gevolgen zijn.”
Maar ik probeer altijd zo goed mogelijk naar mijn lichaam te luisteren, want ik weet wat er gebeurt als ik dat niet doe, en daardoor kwam het dus niet van een bezoekje. Tot deze week.
Ik blijf namelijk zachtjesaan achteruit gaan, of soms een tijdje op een bepaald niveau hangen. En door wat ik meekrijg van lotgenoten, besloot ik nu toch maar de gok te wagen, want anders komt het er misschien helemaal niet van.
Daar komt dan in de voorbereiding en nabeschouwing nog best wat bij kijken…
Zo probeer ik in de dagen eraan voorafgaand mijn energie zoveel mogelijk te sparen. Extra rusten, (nog) minder doen dan normaal. De ochtend van het bezoek neem ik ruim van tevoren reisziektepillen in, in de hoop dat het helpt om de 2x 30 minuten reistijd beter door te komen. In de auto zit ik achterin, met pet en zonnebril op, veelal met mijn ogen dicht. Oordoppen vergeten…
Zodra we aankomen en ik de trap naar de galerij op ben gekomen (de lift is voor mijn hoofd nog vervelender op dit moment), schuiven we soepeltjes (ahum) langs de mensen die voor “de bezichtiging” van een vrijgekomen appartement in de rij staan en dan staan we voor de deur van mijn lieve vadertje en moedertje.
Een dikke knuffel. Mijn vader was die dag ervoor ook jarig, dat speelde zeker mee in de wens er eindelijk naartoe te gaan. (fun fact: mijn vader is op dezelfde dag jarig als Willem-Alexander en mijn moeder op dezelfde dag als Maxima). En dan plof ik eerst neer op hun, overigens heerlijk zittende bank. Even bijkomen. Het voelt wel meteen als thuis, dat is fijn.
Een kopje koffie met wat lekkers, beetje bijpraten, om me heen kijken. Als de bibbers en het tweede bakkie gezakt zijn, volgt de tour door hun paleisje. Ik vind het allemaal mooi en ben blij dat ze zo’n fijne plek hebben gevonden. We vertrekken weer, want mijn energie is na een uurtje bijna op.
Op de terugweg probeer ik toch wat meer om me heen te kijken. Dat is best een uitdaging als je duizelig wordt van snel verplaatsen, maar ik zie (heul veul) ganzen mét babygansjes en paarden, koeien, schapen, alpaca’s in de groene weilanden staan. Dat heb ik lang niet gezien… ik geniet volop, want ik ben er nu toch. De kater komt later wel.
Weer thuis kruip ik meteen mijn bed in. Ook de rest van de middag lig ik vaker en langer op bed. Altijd in het donker, zonder scherm en vaak met oordoppen in.
Eind van de middag komt de fysio nog. Niet handig gepland…
Om 20:00 gaat mijn kaarsje uit. Wat extra pijnstilling en dan volle vaart (haha) slapen in de hoop dat het de komende dagen allemaal meevalt…




Laat een reactie achter op Chantal Reactie annuleren