Begin dit jaar luisterde ik naar het boek van Claudia de Breij – Neem een geit.
Hierin schrijft Claudia over zo’n beetje alle levensthema’s; werk, liefde en relaties, opvoeden, ziekte en gezondheid, leven en dood. Ze spreekt met prominente Nederlanders, die door hun levenservaring er wel iets vanaf weten. Er ontstaan mooie gesprekken en Claudia vat ze op haar eigen gevatte wijze samen.
In meerdere hoofdstukjes (ze zijn allemaal vrij kort en goed behapbaar) komt een zin met deze strekking terug:
“Je bent wie je altijd al was.”
Dat ben je als baby, peuter, kleuter, puber, twintiger, etc. volgens de levenslessen van de mensen die ze sprak, en zelf ziet ze er ook wel iets in.
Het zette mij ook aan het denken.
Als ik ben wie ik altijd al was, dan heb ik mezelf nog steeds niet goed leren kennen, denk ik. Ik heb in het verleden wel vaker gedacht dat ik het wist, om vervolgens te constateren dat ik geen idee had.
Ik ben altijd weer opgestaan nadat ik was gestruikeld. Ben blijven leren en me actief blijven ontwikkelen. Ik zoek graag de verbinding met anderen. Ik kan van veel dingen genieten, ook van het geluk van een ander.
Heb een scala aan verschillende banen gehad en diverse sporten en hobby’s beoefend.
En nu…
Nu is dat allemaal weggevallen. Alles wat ik ooit deed, lukt nu even niet. Alles wat ik in mijn leven gestudeerd of geleerd heb, lijkt wel in dikke mist opgelost. Ik kom niet bij de kennis in mijn brein. Hobby’s die me energie gaven, kan ik nu niet uitvoeren. En mijn (sociale) leven ligt compleet op haar gat. Heb me nooit gerealiseerd dat ik ineens niets meer zou kunnen.
Dacht altijd: “Als ik niet zou kunnen lopen, kan ik altijd nog met mijn handen werken.” Of: “Als mijn handen niet meer goed functioneren, dan kan ik altijd nog wandelen of mijn hoofd gebruiken.”
Nooit heb ik bedacht dat ik tegelijkertijd fysiek én cognitief onderuit zou gaan…
Het leven gaat door. Maar voor mij staat het al meer dan twee jaar stil. Behalve dan de afspraken met specialisten, om te zoeken naar iets wat me weer vooruit kan helpen. Wat tot nu toe nog niet is gelukt.
Ik voel me als de ballerina onder de glazen stolp van de speeldoos die vroeger bij mijn oma stond en die ik altijd betoverend vond. Die moest je met zo’n mooi sleuteltje aan de onderkant opdraaien. Dan ging de ballerina pirouettes draaien en hoorde je muziek. Tot het steeds langzamer ging en ze stopte en je haar weer opnieuw moest opdraaien.
Ik voel me als de ballerina onder de stolp. Ik kan naar buiten kijken. Zie hoe het leven voor anderen doordraait, maar omdat mijn complete mechaniek kapot is, kan ik niet meer meedoen.
Ik denk opnieuw aan het zinnetje van Claudia de Breij; “Je bent wie je altijd al was.”
Nu ik langdurig ziek ben, kan ik het misschien wel ontdekken. Alle eerdere gedaanten zijn weggevallen. Ik kan me niet langer identificeren met wat ik deed of met wie ik mijn tijd doorbracht. Door mijn huidige situatie heb ik alle tijd om te ontdekken wie ik dan altijd al was. Dwars door mijn pijn, frustratie, ellende en allenigheid heen. Ondanks steun van mijn liefde, familie en vrienden. En hopelijk dankzij mijn humor, nuchterheid en doorzettingsvermogen.
Ik weet nog niet of ik nu al wel wil zien en voelen wie ik altijd al was, wie weet wat er boven komt drijven… Toch ben ik er ook nieuwsgierig naar. Volgens mij ben ik wel ok.
Liefs,
Chantal.





Geef een reactie